Ook weer een goedendag.
Vanmorgen was het goed grijs en, zowaar, het regende.

Op het gemak heb alles weer bij elkaar gezocht gegeten en opgeladen. Ik ben dan ook relatief laat vertrokken.
Het eerste dorp dat ik tegen kwam was duidelijk een pelgrimsdorp. Onnesse et Laharie. Als ik niet in de asperges was geraakt, dan had ik hier ergens onderdak gezocht.

Ik zit nu duidelijk op de route van Tours naar Santiago. Bij elk dorp staat zo’n bord.


Dit soort huizen kom je regelmatig tegen. Deze was wel erg mooi met twee oude eiken er voor. Op eentje hadden de spechten het duidelijk al voorzien.

Laten we meteen de ‘bermbloem’ van de dag noemen: kleine ratelaar, een half parasiet op grassen en granen. Ze halen water en voedingsstoffen uit de wortels van de planten waarop ze parasiteren; in de bermen stonden (nog) veel grassen.

Een goede tweede is de Franse Silene


Tot nu toe is het droog gebleven.
Het plaatsje waar ik pauzeerde heet Taller. Duidelijk een pelgrimsplaats.

Je kan je afvragen of de pelgrims hard ten onder gaan of dat Taller ten onder gaat aan de pelgrims.

Een pelgrim gaat ondergrondse kennelijk
Een bouwwijze die je hier veel ziet is een muurgeraamte, waarbij de openingen gevuld zijn met? In dit geval baksteen en nog meer vulling.


En toen wist ik dat ik mijn dagreisdoel naderde

Op een gegeven moment reed ik parallel aan een spoorlijn. Ze hadden wel heel speciale portalen gebruikt, vond ik (locomaloot)

Even verder moest ik het spoor over en passende net een TGV inOui. Het zelfde type dat ik van Parijs naar Poitiers genomen heb.

Vlak voor Dax heb ik de accu gewisseld. Dan moet er toch aardig wat van de fiets af om de accu’s te wisselen.

Vlak voor Dax kwam ik drie ooievaarsnesten tegen


Ik was snel bij het hotel. De lift was zo klein dat ik voor vannacht Ros ergens anders dan op mijn kamer moet stallen.

Nadat ik alles met een trolley naar mijn kamer op de derde etage heb gebracht, ben ik eerst wat was gaan doen.
Daarna mijn stempel gehaald.

Vervolgens ben ik naar de E. Leclerc super gelopen om eten en drinken voor morgen onderweg.
Bij de E. Leclerc is ik een brasserie. Daar mag je alleen buiten roken. Maar dit beeld geeft je wel te denken 😱

Op de terugweg kon ik de ‘was’ zien hangen


Goed, de route van de dag:

Toch denk ik dat ik bij de brasserie ga eten straks.
Dus niet, die doen dus geen eten meer maken na het déjeuner ( middag eten)
Dus ik ga copieus dineren bij de Mac. Dat op onze trouwdag 😱




Ik zal er wel te lang niet zijn geweest, maar ik verwacht nog wel weer zo’n periode van abstinentie.
Op de terugweg kwam ik min of meer langs de achterkant van het hotel.

Net om de hoek zag ik nog een oud stuk stadsmuur.

En nu de maaltijd in alle rust verteren

Goedenavond weer; morgen ga ik echt richting Pyreneeën. Ik fiets dan eerst in twee etappes naar Oleron-Sainte Marie en dan door naar Lourdes.
Daar besluit ik verder of terug naar huis.
Waarom daar?
In Lourdes is een depot van Camino Fietstransport; de volgende daarna is in Santiago de Compostela.
Mijn linker knie begint nu ook bij het fietsen op te spelen; dus als de bron voor mij niet werkt (geen blond haar weer, geen gezonde knieën) dan zie ik me de Pyreneeën niet over gaan en vervolgens nog eens 1000 km fietsen naar Santiago.
Ik moet, van mezelf, ook verstandig zijn.
Haal ik Lourdes wel, dan heb ik in het totaal ook meer dan 1000km gefietst en een belofte kan ik dan ook inlossen.
Zo, jullie zijn weer op de hoogte van mijn zieleroersels